reutelaar
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die met grommende geluiden uiting geeft aan zijn ongenoegenReutelaar M. en reutelaarster V. Knorrepot, babbelaar, babbelaarster. (1995)–J.H. van Dale [https://www.dbnl.org/tekst/dale003taal01_01/dale003taal01_01_0021.php Taalkundig handboekje]De breinkist van een Man die jaren wint wort gemeenelyk een magazyn van zotheit of wysheit, en moet zich by gevolg ontlasten in iets dat zeer inpertinent of zeer leerzaam is: des vint men schier niets belagchelyker dat een' ouden Reutelaar, die zich door Viswyve- of Voerluide-termen van zyne gal ontlast; en ter contrarie is 'er niets waerdiger dan een persoon die zyne studie en ervarentheit tot vermaak en stichting van zyne Lezers emploieert. NRC (1980)–Jacob Campo Weyerman [https://www.dbnl.org/tekst/weye002rott01_01/weye002rott01_01_0023.php No. 20 Rotterdamsche Hermes.Donderdag den 5 Dec. 1720.]
Etymologie
* van reutelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek