reus
mannelijk (de)/røs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een buitengewoon grote manIn sprookjes komen vaak reuzen voor.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gigant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Vertalingen
Engelsgiant
Fransgéant
DuitsRiese
Spaansgigante
Italiaansgigante
Russischвеликан
Poolsolbrzym, gigant
Zweedsjätte
Deenskæmpe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek