reumatiek

vrouwelijk (de)/rømaˈtik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ziekte gekenmerkt door ontstekingen aan de gewrichten
    Hierbij wordt hij bijgestaan door jeugdprins Robin van het Erve. "Geen reumatiek, maar elastiek in de benen", lachte de nieuwe hoogheid. Zijn motto wordt: 't Geet zo as 't geet, dus loat goan!. Tubantia 14 januari 2008 [https://www.tubantia.nl/overig/carnaval-barst-los-in-haarle-en-rijssen~a1b6c234/ Carnaval barst los in Haarle en Rijssen]
    Even terug in de tijd: rond 1818 lieten mensen zich op een kar met paarden ervoor door de zee trekken. Het zeewater zou een geneeskrachtige werking hebben voor mensen met reumatiek, zenuwziekten of zwaarlijvigheid. In het badhuis aan de Haagse kust werden de gasten tegen betaling afgedroogd of in een bad met zeewater gelegd. De Telegraaf 12 juni 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/799243/130-jaar-kurhaus-scheveningen 130 jaar Kurhaus Scheveningen]
    Het is op momenten van klein en groot lichamelijk ongerief bovenal 'de passie' die haar op de been houdt. "Ik kom uit een sterke tijd. De jaren '50. Ik weet nog dat mijn vader stijf stond van de reumatiek. Kromme vingers, scheve handen, altijd pijn in zijn ellebogen. Maar altijd doorgaan, hè? Ik denk dat je dat als kind onbewust opslaat". Tubantia A. Gelder 26 juli 2015 [https://www.tubantia.nl/show/simone-kleinsma-krijgt-in-september-een-nieuwe-heup~a092c3d1/ Simone Kleinsma krijgt in september een nieuwe heup]

Etymologie

* afleiding van reuma

Vertalingen

Engelsrheumatism