retrograde
vrouwelijk (de)/ˌretroˈɣrade/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kreeftdicht (rijmpje dat ook van achteren naar voren gelezen kan worden)
- in een richting, tegengesteld aan de als normaal beschouwde, van achteren naar voren
- gericht op, rekening houdende met feiten of gebeurtenissen uit het verleden
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kreeftdicht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1511
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek