retrograde

vrouwelijk (de)/ˌretroˈɣrade/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kreeftdicht (rijmpje dat ook van achteren naar voren gelezen kan worden)
  2. in een richting, tegengesteld aan de als normaal beschouwde, van achteren naar voren
  3. gericht op, rekening houdende met feiten of gebeurtenissen uit het verleden

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kreeftdicht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1511