restauranthouder

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eigenaar van een eetgelegenheid
    Mijn moeder huilde en mijn vader deed een armzalige poging boosheid te tonen door de restauranthouder te vervloeken die hem zojuist in de problemen had gebracht.
    Vorige zomer werden koning Willem-Alexander en koningin Máxima ook al in verlegenheid gebracht door een vakantiefoto. Daarop was te zien dat zij te weinig afstand hielden van een restauranthouder.

Vertalingen

Engelsrestaurateur