repeteergeweer

onzijdig (het)/ˌrepəˈterɣəˌwer/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. met twee handen bediend handvuurwapen waarmee na het laden meerdere schoten achter elkaar kunnen worden gelostNa de uitvinding in 1860 veel gebruikt tot halverwege de 20e eeuw; hierna verdrongen door het (semi-)automatische geweer; in het taalgebruik gangbaar gebleven bij beeldspraak die verwijst naar een reeks snelle herhalingen.
    Het repeteergeweer is gepatenteerd in 1860, maar het prentenboekje dat ik raadpleegde dateert van 1830.
    De internationale gemeenschap bekommerde zich nooit om Sierra Leone in de dertig jaar dat militaire staatsgrepen elkaar opvolgden als de schoten van een repeteergeweer.