repertoire

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. al de stukken die een uitvoerend kunstenaar ten beste kan geven
    Mijn moeder deed de gordijnen dicht en ik zette mijn handen op de toetsen. Ik speelde Das Wohltemperierte Klavier van Bach, sonates van Beethoven, pianoconcerten van Haydn, we werkten het complete klassieke repertoire door voordat ik dertien jaar was. {{Aut|Sandes, David
  2. juridisch (juridisch) repertorium

Etymologie

* Leenwoord van Frans "répertoire", in de betekenis van ‘lijst van stukken van kunstenaar(s)’ voor het eerst aangetroffen in 1823

Vertalingen

Engelsrepertoire
Fransrépertoire
Spaansrepertorio, reportorio