rendang

mannelijk (de)/rɛnˈdɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) gerecht van rundvlees met kokos
    Ik ben een sporadisch vleeseter, maar rendang kan ik nooit weerstaan. Het boterzachte vlees dat uit elkaar valt, de combinatie van pittig door de peper en zacht door de kokos, de samensmelting van rijke specerijen, de hint van citroengras. Zalig.
    Hij is geen bekrompen chauvinist, zoals b.v. de Solonees met zijn sajor gudik, de Semaranger met zijn sekoteng, de Padanger met zijn rendang of de Surabajaan met zijn rawon, doodeenvoudig omdat zijn stad geen specifiek (begrensd) gerecht heeft.

Etymologie

*via "rendang" van "randang", aangetroffen vanaf 1951 (zie vindplaats hieronder) en al eerder in opsommingen in advertenties