Remise
vrouwelijk (de)/rə'miːzə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spel) bij spelen zoals dammen en schaken: een onbeslist einde van de partijDe twee schakers kwamen na 4 uur schaken remise overeen.
- (transport) bergplaats voor openbare voertuigen zoals tramsDe trams reden iedere avond terug naar de remise.
- (financieel) overboeking, overmaking
- uitstel
- (bouwkunde) versterkte bergruimte in een vestingwerk
- koetshuis
- (jachttaal) bosje kreupelhout
- (sport) houw of steek die bij het schermen onmiddellijk volgt op een aanvallende houw of steek
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stalling voor voertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1771. De specifieke betekenis "gelijkspel" is een verkorting van het Franse partie remise.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek