rem

mannelijk (de)/rɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
    De remmen van zijn fiets waren kapot.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iets dat een ontwikkeling vertraagt
  3. eenheid van ioniserende straling

Vertalingen

Engelsbrake
Fransfrein
DuitsBremse
Spaansfreno
Italiaansfreno
Poolshamulec
Deensbremse