rem
mannelijk (de)/rɛm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengtDe remmen van zijn fiets waren kapot.
- (figuurlijk) iets dat een ontwikkeling vertraagt
- eenheid van ioniserende straling
Vertalingen
Engelsbrake
Fransfrein
DuitsBremse
Spaansfreno
Italiaansfreno
Poolshamulec
Deensbremse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek