religie
vrouwelijk (de)/reˈliɣi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een godsdienstEn zelfs vinden we tegenover de starre religie van het monotheïsme, suggesties van een scheppende polytheïstische religiositeit.Ah, de dingen worden zo omgedraaid! We denken dat religie een zaak is van heel hard praten, in plaats van een aangelegenheid waarin ieder individu in zijn eentje naar zijn privévertrek gaat om rustig met zichzelf te praten.Vrijheid van religie is erg belangrijk.
Etymologie
*Van het Latijnse religio, een nevenvorm van religo.
Vertalingen
Engelsreligion
Fransreligion
DuitsReligion
Spaansreligión
Italiaansreligione
Portugeesreligião
Russischрелигия
Chinees宗教
Japans宗教
Koreaans종교
Arabischدين
Turksdin
Poolsreligia
Zweedsreligion
Deensreligion
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek