reistas

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrɛistɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rechthoekige afsluitbare zak van stevig materiaal met hengsels bestemd om spullen op reis mee te nemen
  2. buidel met spullen voor uiterlijke verzorging
  3. plantkunde reistasje (plantkunde) benaming voor gebroken hartje