reistas
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrɛistɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rechthoekige afsluitbare zak van stevig materiaal met hengsels bestemd om spullen op reis mee te nemen
- buidel met spullen voor uiterlijke verzorging
- reistasje (plantkunde) benaming voor gebroken hartje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek