reisplan
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het plan om op reis te gaanIk heb geen reisplannen voor het komende jaar.
- het plan van de voorgenomen reisVolgens het reisplan komen we de derde dag van de vakantie aan op onze reisbestemming.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek