reisdeken
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deken die men tijdens een reis gebruikt en die makkelijk in de bagage is mee te nemen of kan huren van een vervoersmaatschappijDan sloeg ik een warme reisdeken om me heen en soms gingen we in de koele berglucht wandelen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek