regio

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈreɣɪˌjo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geografisch, taalkundig, cultureel, demografisch en/of institutioneel gebied met een bepaald karakter, al dan niet erkend door de officiële instanties
  2. een rang in een organisatie of de maatschappij
    Sommigen hadden het nog wel over een robbertje vechten met de vijand, maar in de lagere regionen waar Albert en zijn kameraden zaten, was men sinds de overwinning van de geallieerden in Vlaanderen, de bevrijding van Lille, de Oostenrijkse aftocht en de capitulatie van de Turken meestal een stuk minder uitbundig dan de officieren. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  3. (Nederland) het gebied buiten de Randstad

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gebied’ voor het eerst aangetroffen in 1933

Vertalingen

Engelsregion, région
DuitsRegion
Spaansregión
Italiaansregione
Portugeesregião