regenworm
mannelijk (de)/ˈreɣə(n)wɔrᵊm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wormen) benaming voor dieren uit de familie , gelede borstelwormenIn natte perioden leidt een toenemende activiteit van hoge aantallen regenwormen tot negatieve veranderingen van de bodemstructuur in aardappelruggen.
Etymologie
* , omdat ze na een bui vaak ook bovengronds worden gezien, in de betekenis van ‘aardworm’ aangetroffen vanaf 1563
Vertalingen
Engelsearthworm
Fransver de terre
DuitsRegenwurm
Spaanslombriz de tierra
Deensregnorm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek