regent

mannelijk (de)/rəˈɣɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die voor de eigenlijke vorst het koningschap waarneemt
  2. een lid van de heersende klasse, met name maar niet uitsluitend tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
    Ook in het Nederland na 2000 schuiven de regenten via het oldboysnetwork elkaar nog steeds de goede baantjes toe
  3. beroep, historisch (beroep), (historisch) inheems bestuurder in het voormalige Nederlands-Indië

Etymologie

*[B] "regen" met de uitgang -t