regenpijp
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verticale buis die aan een dakgoot is bevestigd en dient om het hemelwater dat op het dak valt, af te voerenDe oude zinken regenpijp lekte en is vervangen door een van pvc.
Vertalingen
Engelsdownspout
DuitsFallrohr
Zweedsstuprör
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek