regelmaat

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈreɣəlˌmat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. orde in opeenvolging en schikking van handelingen
    Met enige regelmaat organiseert het Museum Hengelo ook bijeenkomsten over de plaatselijke pophistorie. Hans ten Brummelhuis draait dan muziek, toont illustratiemateriaal en vertelt wetenswaardigheden. Tubantia 14-12-15 [https://www.tubantia.nl/hengelo/museum-hengelo-op-zoek-naar-jukebox~a294d36b/ Museum Hengelo op zoek naar jukebox]
  2. ordelijke schikking in de ruimte
    De hele schouderpartij was een soort modernistische improvisatie, heel ver verwijderd van de wiskundige regelmaat van de lokale kunst.

Etymologie

* In de betekenis van ‘orde in opeenvolging’ voor het eerst aangetroffen in 1709

Vertalingen

Engelsregularity, frequency
Spaansregularidad, frecuencia