reflexiviteit

vrouwelijk (de)/reflɛkˌsiviˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het reflexief zijn
  2. het op een zinnige manier kunnen denken en spreken over een bepaalde kwestie
    Het belangrijkste concept dat hij naar voor schoof, was dat van de reflexiviteit. Eenvoudig gesteld, gaat Soros ervan uit dat er in de financiële markten niet zoiets bestaat als een fundamentele evenwichtstoestand. Men mag dus alle stellingen dat het aandeel Barco of Fortis fundamenteel over- of ondergewaardeerd is, naar de prullenmand verwijzen, want hierbij wordt er impliciet van uitgegaan dat er een onbetwistbaar evenwicht bestaat dat de marktkoers als een magneet zal aantrekken.

Etymologie

*afgeleid van reflexief