reel

mannelijk (de)/rel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. visserij (visserij) vismolen van een werphengel
    Na nog enkele vergeefse pogingen om een vis te verschalken, besluiten we ons heil enkele honderden meters verderop te beproeven. Nu is het snel raak. Een grote vis laat de hengel flink doorbuigen. Stukje bij beetje lukt het om met de reel –een speciaal type vismolen– de vis richting boot te dirigeren. Enkele minuten later spartelt het dier in de grote groene bak in de boot. Het blijkt een doornhaai te zijn van zeker een meter lang. Na een fotosessie gaat de vis weer overboord. Reformatorisch Dagblad Ben Provoost 18-06-2018 [https://www.rd.nl/meer-rd/consument/op-haaienjacht-in-een-noors-fjord-1.1494912 Op haaienjacht in een Noors fjord]
zelfstandig naamwoord
  1. dans (dans) soort dans
  2. filmkunst (filmkunst) spoel voor film of geluidsband
  3. filmkunst (filmkunst) hoeveelheid film of geluidsband die op één spoel past, als afgerond geheel gemonteerde video
    De tv-bioloog maakte een video met zijn hoogtepunten van het jaar. "Tijdens het maken van deze reel besefte ik pas écht hoeveel bijzondere dingen ik dit jaar weer heb mogen meemaken", schrijft hij.
  4. visserij (visserij) (Suriname) werphengel met toebehoren
  5. verouderd (verouderd) met een (te) kleine omvang in verhouden tot de lengte
    'k Heb menig hinkend rijm gebaard, en meniggesuikerd vers, waarin ik wilde uw vormenvoor de eeuwigheid doen gloren, reel en lenig.

Etymologie

*[C] : van Middelnederlands """, verdere herkomst onduidelijk

Vertalingen

Engelsreel