recordhoogte

vrouwelijk (de)/rəˈkɔːrhoxtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. in een reeks tot dan toe grootste verticale afstand tot de bodem
    Het stadsbestuur presenteerde maandag de plannen voor het project ‘MARK’. Het project moet verschijnen in de wijk Leidsche Rijn, naast de A2. Op dezelfde locatie wilde de gemeente tot acht jaar geleden de omstreden Belle van Zuylentoren neerzetten, met een recordhoogte van 262 meter.
  2. figuurlijk (figuurlijk) tot dan toe grootste waarde in een reeks
    Pugh (50) wilde aandacht vragen voor de snelle gevolgen van klimaatverandering, zei hij tegen de BBC. Rapporten tonen dat de temperatuur van de oceanen wereldwijd stijgt tot recordhoogte.
    De centrale bank van Zimbabwe heeft het belangrijkste rentetarief opgevoerd naar een recordhoogte. Dat doen de beleidsmakers om de torenhoge inflatie in het Afrikaanse land te beteugelen. Ook hopen ze de wisselkoers van de Zimbabwaanse dollar enigszins stabiel te krijgen.