reciprociteit

vrouwelijk (de)/resiprosi'tɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wederkerigheid, wederzijds overeenkomstig handelen
    De reciprociteit van goederen en diensten verliep goed.

Etymologie

*afgeleid van reciprook

Vertalingen

Fransréciprocité
Spaansreciprocidad