rechtzetting

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. correctie van een eerdere vergissing
    ' `Het gaat over de rechtzetting van een bericht dat de eer van een lid van mijn familie aantast.
    ' In hoofdstuk 21 is Dumas overigens zijn eigen rechtzetting vergeten, want daar heet het dat Dantès door de smokkelaars uit zee wordt opgevist op 28 februari 1829, 'op de dag' veertien jaar na zijn arrestatie.

Etymologie

* van rechtzetten