rechtstelsel

onzijdig (het)/ˈrɛx(t)stɛlsəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van bindende regels hun handhaving en opvattingen over rechtvaardigheid voor een samenleving of voor een zelfstandig deel daarvan
    En dat terwijl ons rechtstelsel ervan uitgaat dat de vrijheid van meningsuiting van volksvertegenwoordigers meer bescherming verdient dan die van gewone burgers.
    Gaarne vereenig ik mij met de ook door Dr. Kan aangehaalde woorden uit het werk van Brodie Cruickshank. ‘Met een krachtig gouvernement, dat zedelijke en natuurlijke macht bezit, bekwaam om iedere onverwachte uitbarsting te onderdrukken, een werkzaam rechtstelsel, dat voor den staat van maatschappelijken vooruitgang past, de stichting van scholen en het aanwenden van een middelmatig kapitaal in het land, kan het werk van verbetering gerust aan den tijd worden overgelaten

Etymologie

* , mogelijk een leenvertaling van "judicial" "system" uit Eighteen Years on the Gold Coast of Africa; Including an Account of the Native Tribes, and Their Intercourse with Europeans. (1853) op p. 11 door in zijn "Nederland en de kust van Guinea" (1871)