rechtschapenheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zijn zoals met eigenlijk zou moeten zijn; het zijn van een goed mens als karaktereigenschap
    Opvoeding gaat om de ziel van het kind. Opvoeders staan kinderen bij om hun begeerten niet te gehoorzamen door hun trouw, zelfbeheersing, gematigdheid, rechtschapenheid te leren.
  2. zaken die horen bij het zijn van een goed mens

Etymologie

* afleiding van rechtschapen