recept

onzijdig (het)/rəˈsɛpt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) voorschrift voor de bereiding van een gerecht
    Wie weet er een goed recept voor pannenkoeken?
    "Heb jij al plannen dit weekend? Ja natuurlijk, je gaat deze cake bakken", schrijft ze bij de video waarin ze alle stappen van het recept afloopt.
  2. medisch (medisch) doktersvoorschrift voor (de bereiding van) een geneesmiddel
    Hij kreeg een recept van zijn dokter.
    Elk jaar krijgen zo'n 300.000 mensen een recept voor een antidepressivum.
  3. figuurlijk (figuurlijk) bepaalde combinatie van factoren en omstandigheden die een bepaald gevolg zullen veroorzaken

Etymologie

*via Middelnederlands "recepte" van middeleeuws Latijn "recepta" "dingen die genomen zijn, ingrediënten", vaak gebruikt als begin van een recept; in de betekenis van ‘(bereidings)voorschrift van geneesmiddel of gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1451

Uitdrukkingen

  • Een beproefd receptEen werkwijze, methode e.d. die zich heeft bewezen, die goed werkt

Vertalingen

Engelsrecipe, prescription
Fransrecette, ordonnance
DuitsRezept, Kochrezept, Rezept
Spaansreceta, receta de cocina
Italiaansricetta, ricetta
Russischрецепт, рецепт
Poolsprzepis, recepta
Zweedsrecept, recept