recept
onzijdig (het)/rəˈsɛpt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) voorschrift voor de bereiding van een gerechtWie weet er een goed recept voor pannenkoeken?"Heb jij al plannen dit weekend? Ja natuurlijk, je gaat deze cake bakken", schrijft ze bij de video waarin ze alle stappen van het recept afloopt.
- (medisch) doktersvoorschrift voor (de bereiding van) een geneesmiddelHij kreeg een recept van zijn dokter.Elk jaar krijgen zo'n 300.000 mensen een recept voor een antidepressivum.
- (figuurlijk) bepaalde combinatie van factoren en omstandigheden die een bepaald gevolg zullen veroorzaken
Etymologie
*via Middelnederlands "recepte" van middeleeuws Latijn "recepta" "dingen die genomen zijn, ingrediënten", vaak gebruikt als begin van een recept; in de betekenis van ‘(bereidings)voorschrift van geneesmiddel of gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Uitdrukkingen
- Een beproefd recept — Een werkwijze, methode e.d. die zich heeft bewezen, die goed werkt
Vertalingen
Engelsrecipe, prescription
Fransrecette, ordonnance
DuitsRezept, Kochrezept, Rezept
Spaansreceta, receta de cocina
Italiaansricetta, ricetta
Russischрецепт, рецепт
Poolsprzepis, recepta
Zweedsrecept, recept
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek