reünie

vrouwelijk (de)/ˌrejyˈni/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) eenwording, hereniging
  2. verouderd (verouderd) regelmatige bijeenkomst van personen
  3. een gelegenheid waarbij een groep mensen na lange tijd opnieuw bijeenkomt
    De schoolklas hield na 40 jaar een reünie.

Etymologie

*afgeleid van unie

Vertalingen

Engelsreunion, reunification, meeting
Fransréunion, réunion, retrouvaille
Duitswiedervereinigung, Treffen, Klassentreffen
Spaansreunión, reunión, reencuentro