rauwkost
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) Groenten die onverhit (dus rauw) wordt genuttigd.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘rauw toebereid gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1930
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek