rasp
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een grofgetande vijl die wordt gebruikt om rondingen aan hout te makenIk liep als het ware met een rasp in mijn achterste (chafing noemen ze dat in Amerika) wat verschrikkelijk veel pijn deed, het was alsof ik in brand stond.
- (gereedschap) (huishouden) een keukengereedschap voor het fijn maken van kaas, nootmuskaat, citrusschil e.d
- raspsel
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vijl’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1546
Vertalingen
Engelsgrater
Fransrâpe
DuitsReibe
Spaansrallador, escofina, rallo
Italiaansgrattugia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek