rarekiek
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kijkkast met ronde gaatjes, waarin zich vergrootglazen bevindenBuskes sprak ooit over ”de Rarekiek” van de Hervormde Kerk. Het kon namelijk gebeuren dat een organisatie sollicitanten opriep: ”onkerkelijk of hervormd”.
- iemand die met een rarekiek op de kermis staat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek