rarekiek

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kijkkast met ronde gaatjes, waarin zich vergrootglazen bevinden
    Buskes sprak ooit over ”de Rarekiek” van de Hervormde Kerk. Het kon namelijk gebeuren dat een organisatie sollicitanten opriep: ”onkerkelijk of hervormd”.
  2. iemand die met een rarekiek op de kermis staat