rapporteur

mannelijk (de)/ˌrɑpɔrˈtør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die volgens opdracht of krachtens functie een rapport, verslag (van een voorval) uitbrengt
    De rapporteur sprak maandag zijn woede uit over de executie van vier mensen, die direct betrokken waren bij de protesten.
  2. meetkunde, gereedschap (meetkunde) (gereedschap) gradenboog, hoekmeter

Etymologie

* van rapporteren