rappel
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanmaning, herinnering, waarschuwingDe bibliotheek stuurde een rappel dat we de boeken moesten terugbrengen.
- terugroeping
Etymologie
* van het "rappel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* van het "rappel"