rantsoen
onzijdig (het)/rɑnt'sun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- beperkte dagelijks verstrekte hoeveelheid voedsel en andere primaire levensbenodigdheden
- losprijs
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘portie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1598
Uitdrukkingen
- op rantsoen zijn — in een bepaalde maar beperkte hoeveelheid verstrekt krijgen
Vertalingen
Engelsration
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek