ransomware
mannelijk (de)/ˈrɛnsəmˌwɛːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica) op de computer terecht gekomen malware die de gegevens op het systeem ontoegankelijk maakt waarna vrijgave alleen mogelijk zou zijn als de chanteur een bedrag zou worden betaaldBritse ziekenhuizen zeggen dat ze het slachtoffer zijn geworden van een grootschalige cyberaanval.Ziekenhuizen in het gehele land werden getroffen door een ransomware-aanval, schrijft The Guardian. Daarbij worden getroffen systemen gegijzeld tot de gebruiker een geldbedrag overmaakt. [http://www.nu.nl/internet/4688958/britse-ziekenhuizen-geraakt-grootschalige-cyberaanval.html www.nu.nl (12 mei 2017)]Burgemeester LaToya Cantrell van New Orleans heeft vrijdag de noodtoestand uitgeroepen in de stad. De aanleiding voor deze maatregel is een ransomware-uitbraak op de computersystemen van overheidsinstellingen. [https://www.nu.nl/tech/6017947/burgemeester-new-orleans-roept-noodtoestand-uit-na-ransomware-uitbraak.html www.nu.nl (15 dec 2019)]
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels
Vertalingen
Engelsransomware
Franslogiciel rançonneur, rançongiciel, logiciel de rançon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek