ranja

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sinaasappellimonade(siroop)
    Ranja was oorspronkelijk een merk voor sinaasappellimonade later werd het ranja (zonder hoofdletter) voor alle soorten limonade zonder prik.
  2. limonade(siroop) in het algemeen
    Het bleef niet bij kijken, de leerlingen proefden ook enge hapjes. Zoals chocolade waar meelwormen in zaten of groene ranja met vleermuissnoepjes. Tubantia 04-oktober-2017
    ‘Zij dronk ranja met een rietje, mijn Sophietje’. Volkskrant Coen Verbraak 22 september 2017 uit "Sophietje" van Johny Lion
    'Wij namen de kinderen vroeger mee naar de speeltuin bij dit café, nu komen mijn kinderen met hún kinderen. Zelf heb ik mijn jeugd gesleten in de Loonse en Drunense Duinen, ranja en boterhammetjes mee. Het plezier was in de natuur te vinden, niet in lokalen waar het geld ging kosten. Volkskrant Gidi Heesakkers 1 augustus 2017

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelsorangeade