raio

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrajo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Nederland, Suriname) afgestudeerd jurist die als deel van zijn opleiding tot rechter of officier van justitie voor een rechter of het openbaar ministerie werkt
    Ongeveer de helft van alle Nederlandse magistraten is als raio begonnen, de overigen zijn advocaten, hoogleraren en andere juristen die op latere leeftijd overstapten.

Etymologie

*(letterwoord) rechterlijk ambtenaar in opleiding