racedag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de dag van een snelheidswedstrijd
    De straf wordt opgelegd voor het gebruik van een wit kleed. Het team was aan het begin van de race toestemming gegeven om de auto op een wit kleed te plaatsen bij de stops. Later liet de organisatie aan de teams weten dat het gebruik van een wit kleed niet was toegestaan, waarna Solar Team Twente hiermee is gestopt. Op basis van beelden van de eerste racedag, toen het kleed gebruikt werd, is nu wel een straf opgelegd. Tubantia 11-10-17 [https://www.tubantia.nl/enschede/solar-team-twente-zakt-plaats-en-krijg-tijdstraf~af332d22/ Solar Team Twente zakt plaats en krijg tijdstraf]
    Marit Bouwmeester gaat na de eerste dag van het Europese kampioenschappen in de Laser Radial-klasse aan de leiding. De regerend olympisch en wereldkampioene sloot de eerste racedag in Barcelona af met twee tweede plaatsen. Tubantia 04-10-17 [https://www.tubantia.nl/andere-sporten/bouwmeester-goed-van-start-op-ek~a118d249a/ Bouwmeester goed van start op EK]