raamwerk

onzijdig (het)/ˈramwɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een omlijsting om werkstukken van slappe materialen (textiel) ter bewerking op te spannen
    Het raamwerk is voorzien van spieën om het doek na te spannen.
  2. techniek (techniek) een lichte, open maar stevige constructie van buizen of balken waar onderdelen aan vastgezet kunnen worden, die in een stabiele onderlinge positie moeten blijven
  3. bouwkunde (bouwkunde) een in een muur verankerde constructie van balken waarin de ramen en deuren zijn gemonteerd
    In het raamwerk is slechts één bovenlicht voorzien.
  4. figuurlijk (figuurlijk) een structuur die nog moet worden ingevuld, maar waarvan de begrenzing van het geheel, en het onderlinge verband van onderdelen, reeds is vastgesteld
    De commissie heeft een raamwerk als basis voor de nieuwe regeling, opgesteld.