raamwerk
onzijdig (het)/ˈramwɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een omlijsting om werkstukken van slappe materialen (textiel) ter bewerking op te spannenHet raamwerk is voorzien van spieën om het doek na te spannen.
- (techniek) een lichte, open maar stevige constructie van buizen of balken waar onderdelen aan vastgezet kunnen worden, die in een stabiele onderlinge positie moeten blijven
- (bouwkunde) een in een muur verankerde constructie van balken waarin de ramen en deuren zijn gemonteerdIn het raamwerk is slechts één bovenlicht voorzien.
- (figuurlijk) een structuur die nog moet worden ingevuld, maar waarvan de begrenzing van het geheel, en het onderlinge verband van onderdelen, reeds is vastgesteldDe commissie heeft een raamwerk als basis voor de nieuwe regeling, opgesteld.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek