raak
vrouwelijk (de)/rak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw)(verouderd) hark
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap)(verouderd) soort pook, ijzeren staaf aan het eind haaks omgebogen
Etymologie
thumb|raak 1: hark
Vertalingen
Engelson the button, good contact
Spaansacertado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek