raak

vrouwelijk (de)/rak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, verouderd (landbouw)(verouderd) hark
zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap, verouderd (gereedschap)(verouderd) soort pook, ijzeren staaf aan het eind haaks omgebogen

Etymologie

thumb|raak 1: hark

Vertalingen

Engelson the button, good contact
Spaansacertado