putting
vrouwelijk (de)/ˈputɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een stevig aan dek of boord verankerd oog waaraan het want of een stag want wordt bevestigdMet een wantspanner tussen stag en putting kan men de spanning instellen.
Vertalingen
Engelschainplate
Franscadène
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek