putt

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. golfterm: de slag die gedaan wordt op (of direct naast) de green naar de hole
    De 23-jarige Arnhemse sloeg vandaag twee birdies, maar zette daar ook twee bogeys tegenover. Op de achttiende hole leek ze op weg naar nog een bogey maar een fraaie lange putt voorkwam dat.
    Europa zegevierde in een enerverende finale, mede dankzij de Noorse Suzann Pettersen, die bij een stand van 13,5 tegen 13,5 de beslissende putt maakte.

Etymologie

* uit het Engels

Uitdrukkingen

  • een putt makende bal met een putter in de hole slaan