push-up
mannelijk (de)/puʃˈʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- krachtoefening waarbij het lichaam rustend op handen en voeten door de armen op- en neer bewogen wordtEenmaal vastgesnoerd kunnen we rustig beginnen met wat squats en push-ups. Dat is makkelijk: door het elastiek ben je vederlicht en kun je je zelfs opdrukken met twee vingers, zo laat de lerares zien, met zo'n blik alsof ze enorme kreten van ongeloof verwacht.Het Parool LOUIS BOLLEE 8 SEPTEMBER 2017 [https://www.parool.nl/stadsgids/misselijk-van-het-stuiteren-bij-bungee-work-out~a4515564/ Misselijk van het stuiteren bij bungee work-out ]Vijftien minuten lang wisselen push-ups sit-ups en jumping jacks zich in een moordend tempo af: voor menigeen al voldoende fitness voor de hele week, maar na een pauze van wat aanvoelt als twee nanoseconden begint de les pas écht.Het Parool HANS VAN LISSUM 14 JULI 2017 [https://www.parool.nl/stadsgids/kickboksen-in-amsterdam-dat-is-hard-bikkelen~a4506279/ Kickboksen in Amsterdam: dat is hard bikkelen ]
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek