Puck
mannelijk (de)/pʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) harde rubberen schijf gebruikt bij ijshockey
- (verouderd) hond uit een bepaald ras met een stompe snuit
Etymologie
* van "pug"
Vertalingen
Engelspuck
Franspalet
DuitsPuck
Spaanspuck, disco
Italiaansdichetto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek