publiciteit
vrouwelijk (de)/ˌpyblisiˌtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- door publieke media aan een zaak geschonken aandachtEr ontstond enorm veel publiciteit over deze zaak.Gerard Sanderinks ict-bedrijf Centric wankelt onder de aanhoudende stroom van slechte publiciteit. Die opmerkelijke bekentenis deed bestuursvoorzitter Louis Luijten maandagmorgen in de rechtszaal in Almelo.
- openbaarheid, bekendheid
- reclame
Etymologie
*afgeleid van het Franse publicité of van publiek
Vertalingen
Engelspublicity
Franspublicité
DuitsBekanntheit
Spaanspublicidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek