prut

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. modder
  2. rotzooi
  3. informeel, kookkunst (informeel) (kookkunst) gerecht waarin van alles door elkaar aanwezig is
  4. wat overblijft na het zetten van koffie -> koffieprut

Etymologie

* In de betekenis van ‘brij’ voor het eerst aangetroffen in 1614

Uitdrukkingen

  • iemand uit de prut haleniemand uit de problemen helpen