prut
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- modder
- rotzooi
- (informeel) (kookkunst) gerecht waarin van alles door elkaar aanwezig is
- wat overblijft na het zetten van koffie -> koffieprut
Etymologie
* In de betekenis van ‘brij’ voor het eerst aangetroffen in 1614
Uitdrukkingen
- iemand uit de prut halen — iemand uit de problemen helpen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek