provisor

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaatsvervanger van een bisschop, rechter
  2. beheerder van een apotheek in dienst van een andere apotheker
    Apothekers te Paramaribo.A; Ph. Samson, Heerenstraat No. 64M.J. de la Parra, Zwartenhovenbrugstraat No. 140C.A. van Spall, Zwartenhovenbrugstraat No. 100E. Essed [Provisor], Steenbakkerijstraat No. 44J. de la Fuente, Keizerstraat No. 24A.S. del Castilho, Jodebreestraat No, 37H.G. Jessurun, Saramaccastraat No. 6J. Stirling, Keizerstraat No. 92R.C. Buth [Provisor], Steenbakkerijstraat No. 32H.L. Hotleuv [Provisor], Maagdenstraat No, 7W.A. Dawson, Dominéstraat No. 32 Tubantia De Vraagbaak. Almanak voor Suriname 1928 [https://www.dbnl.org/tekst/_sur001192801_01/_sur001192801_01_0175.php Apothekers te Paramaribo.]

Etymologie

* uit het Latijn