prothese
vrouwelijk (de)/proˈtezə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een kunstmatig lichaamsdeel
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kunstledemaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1929
Vertalingen
Engelsprosthesis
Fransprothèse
Spaansprótesis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek