proterozoïcum
onzijdig (het)/ˌprotəroˈzowikʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) tijdperk waarin de eerste meercellige levensvormen ontstonden, van 2,5 miljard tot 541 miljoen jaar geledenHij dateert zijn vondst op het begin van het proterozoïcum, het geologische hoofdtijdperk dat ligt tussen het archaeïcum en het paleozoïcum, ongeveer twee miljard jaar geleden.
- (geologie) gesteenten gevormd in het tijdperk waarin de eerste meercellige levensvormen ontstonden, tussen 2,5 miljard tot 541 miljoen jaar oudHet proterozoïcum is ook de naam van het overeenkomstig eonotheem.
Etymologie
*van in 1888 voorgesteld door de Amerikaanse geoloog S.F. Emmons[https://books.google.nl/books?id=my7x_PBkpm4C&lpg=PA32&ots=BGeJ3qyCnF&dq=Emmons%20proterozoic&hl=nl&pg=PA31#v=onepage&q=Emmons%20proterozoic&f=false "The Geologic Time Classification of the United States Geological Survey Compared with Other Classifications" (1925) US Department of the Interior, Washington]; p. 31-32; geraadpleegd 2016-02-02; samenstellende afleiding van πρότερος (próteros) "eerder" en ζωή (zoè) "leven" dus: "tijdperk van het vroegere leven"
Vertalingen
EngelsProterozoic
SpaansProterozoico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek