proteïne

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌproteˈjinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biochemie (biochemie) eiwit (2)

Etymologie

*In een brief van Jöns Jacob Berzelius aan Gerardus Johannes Mulder op 10 juli 1838 voorgesteld, naar analogie van fibrine en albumine,

Vertalingen

Engelsprotein
Fransprotéine, protide
DuitsProtein
Spaansproteína, albúmina
Italiaansproteina
Portugeesproteína
Russischбелок, протеин
Chinees蛋白质
Arabischبروتين
Turksprotein
Poolsbiałko
Zweedsprotein, äggviteämne
Deensprotein